How big is Waarneembaar heelal?
880 yottameter!
Het waarneembare heelal is het deel van het heelal waarvan het licht sinds de oerknal de tijd heeft gehad om de Aarde te bereiken. Het is een bol met de Aarde als middelpunt en een diameter van ongeveer 93 miljard lichtjaar, waarbij een lichtjaar de afstand is die licht in één jaar aflegt. Die diameter is ongeveer 8,8 × 1026 meter, waarbij 1026 een 1 gevolgd door 26 nullen betekent.
Het heelal is ongeveer 13,8 miljard jaar oud. Het lijkt dus misschien alsof er geen licht van verder dan 13,8 miljard lichtjaar de Aarde kan bereiken. Maar de ruimte dijde uit terwijl het licht onderweg was. De materie die het oudste licht uitzond dat de Aarde kan bereiken, staat nu op ongeveer 46 miljard lichtjaar afstand.
Die afstand is de straal van het waarneembare heelal. Astronomen noemen die straal de deeltjeshorizon. De straal wordt afgeleid en niet rechtstreeks gemeten. Kosmologen berekenen die straal uit de uitdijingssnelheid en de inhoud van het heelal, die ruimtevaartuigen zoals WMAP en Planck hebben gemeten.
Volgens gepubliceerde berekeningen ligt de straal tussen ongeveer 46 en 46,6 miljard lichtjaar, dus de diameter is 92–93 miljard lichtjaar. De straal groeit ook met de tijd, omdat licht van verder weg tijd krijgt om aan te komen.
Het oudste licht dat telescopen echt kunnen zien, is de kosmische achtergrondstraling. Deze zwakke gloed kwam vrij toen het heelal ongeveer 380.000 jaar oud was en heeft nu een temperatuur van ongeveer 2,7 graden boven het absolute nulpunt. De gloed komt van een bol die nu op ongeveer 14,0 gigaparsec (45,7 miljard lichtjaar) afstand ligt, iets binnen de deeltjeshorizon, waarbij een gigaparsec ongeveer 3,26 miljard lichtjaar is.
Een onderzoek uit 2005 schatte dat er binnen die bol ongeveer 170 miljard heldere sterrenstelsels zijn ontstaan. Elk ervan is minstens ongeveer driekwart zo helder als de Melkweg.
De rand van het waarneembare heelal is een grens aan wat te zien is, niet een rand van de ruimte. Metingen van de satelliet Planck, gecombineerd met onderzoeken naar sterrenstelsels, tonen aan dat de ruimte tot op ongeveer 0,2% vlak is. Een analyse uit 2011 van de kromming van het heelal kwam tot de conclusie dat het hele heelal minstens 251 keer zoveel volume bevat als het waarneembare deel, en dat het misschien oneindig is.