How big is Koolstofnanobuis?
1 nanómetro!
Een koolstofnanobuis is een piepkleine holle buis van koolstofatomen, die zijn verbonden in een patroon van zeshoeken, zoals in de lagen waaruit grafiet bestaat. Een enkelwandige nanobuis, waarvan de wand één atoom dik is, is doorgaans ongeveer 1 nanometer breed. Een nanometer is een miljardste van een meter. Nanobuizen zijn veel langer dan breed, met lengtes die worden gemeten in micrometer, ofwel in miljoenste delen van een meter.
De 1 nanometer van de verkenner is de diameter van een typische enkelwandige nanobuis, gemeten dwars over de buis. De breedte verschilt van buis tot buis. In één onderzoek naar 34 enkelwandige nanobuizen lagen de gemeten diameters tussen 0,7 en 1,2 nanometer.
Meerwandige nanobuizen bestaan uit meerdere buizen die in elkaar zijn geschoven en zijn daarom breder. De buizen die Sumio Iijima in 1991 beschreef, hadden 2 tot ongeveer 50 wanden en waren enkele tot enkele tientallen nanometer breed.
Ook de lengtes verschillen. In het onderzoek naar 34 buizen werden alleen buizen gemeten die langer waren dan 3 micrometer, dus elke buis was minstens 2.500 keer zo lang als breed.
Iijima meldde koolstofnanobuizen op 7 november 1991 in het tijdschrift Nature. Hij maakte ze met een elektrische boog, een methode die lijkt op die voor het maken van buckyballs. Op de negatieve elektrode van de boog groeiden naaldvormige buizen. Onder een elektronenmicroscoop bleek elke naald te bestaan uit 2 tot ongeveer 50 buizen van koolstoflagen, die in elkaar zaten.
De zeshoeken van koolstofatomen in elke buis winden zich in een spiraal om de buis heen. Het maken van deze buizen deed volgens Iijima vermoeden dat koolstofstructuren in veel grotere afmetingen dan buckyballs konden worden gebouwd.
In 1993 meldden twee teams enkelwandige nanobuizen. Iijima en Toshinari Ichihashi vonden buizen die ongeveer 1 nanometer breed waren. D. S. Bethune en collega's, die kobalt aan de koolstof toevoegden, vonden buizen die ongeveer 1,2 nanometer breed waren.
Een enkele nanobuis is veel te dun om te zien, maar sommige soorten geven een gloed in het nabije infrarood af. In een onderzoek uit 2009 gebruikten onderzoekers die gloed om met een fluorescentiemicroscoop afzonderlijke nanobuizen in water te filmen. De buizen bogen heen en weer doordat de vloeistof eromheen er willekeurig tegenaan stootte, een beweging die Brownse beweging heet.
Uit dat buigen leidden de onderzoekers af dat de stijfheid van een nanobuis toeneemt met de derde macht van de diameter. Een buis die twee keer zo breed is, is acht keer zo moeilijk te buigen. Hun grote lengte in verhouding tot hun breedte, hun sterkte en hun elektrische eigenschappen maken nanobuizen zeer geschikt voor toepassingen in technische materialen en in de geneeskunde.